Schrijfopdracht indirecte rede en innerlijke monoloog

Sinds een tijdje ben ik bezig met een schrijfcursus om zo de eerste stappen te zetten om een heus boek te schrijven. Uiteraard moet ik voor deze cursus schrijfopdrachten maken, graag neem ik jullie mee in mijn ontwikkeling naar boekenschrijver door deze opdrachten te delen. Als je feedback hebt op de stukken hoor ik het natuurlijk heel graag.

Indirecte rede

Na een drukke werkdag loopt Nadia naar haar auto in de parkeergarage. Ze is blij dat het er weer opzit, het was een pittige dag. Ze zet haar tas in de auto en kruipt in de bestuurdersstoel. Ze wil de sleutel in het contact steken als ze in haar ooghoek iets ziet; het was een flits, maar toch.

Voorzichtig draait ze zich om richting de hoek waarin ze de flits zag. In de verte ziet ze haar irreële angst van vroeger rondlopen alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Op het moment dat alle kantoren leeglopen en de mensen naar huis willen, komt er een groep gewapende mannen de garage binnenlopen. Ze ziet niet precies hoeveel het er zijn, het beeld van de mannen met wapens doet haar meteen denken aan de eindeloze waarschuwingen van haar door oorlog beschadigde vader. Ze twijfelt geen moment. Ze doet de auto op slot, kruipt naar achteren, gooit de achterbank plat en wurmt zich in de achterbak. Dit is geen goed nieuws.

Innerlijke monoloog

Wat een dag, ik ben blij dat het erop zit. Het ene probleem volgde het andere op en dat is de hele week al zo. Ik wil nu met een reep chocola op de bank ploffen en niks meer doen. Vermoeid loop ik naar mijn auto in de parkeergarage. Ik zet mijn tas in de auto en kruip op de bestuurdersstoel. Wanneer ik mijn sleutel in het contact steek, zie ik in mijn ooghoek een flits. Het was een flits, maar toch.

Ik verstar even, dan draai ik mijn hoofd voorzichtig in de richting waar ik de flits zag. Ik kan mijn ogen niet geloven. In de verte zie ik mijn irreële angst van vroeger rondlopen alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Op het moment dat hier alle kantoren leeglopen en de mensen naar huis willen, komt er een groep gewapende mannen de garage binnenlopen. Ik kan niet goed zien hoeveel het er zijn, het beeld van de mannen met wapens doet me meteen denken aan de eindeloze waarschuwingen van mijn door oorlog beschadigde papa. Ik twijfel geen moment en onbewust bedank ik pap voor zijn lessen. Ik doe mijn auto van binnen op slot en kruip naar achteren. Er is zo’n knop om de bank mee plat te gooien, waar zit dat stomme ding?

Haastig zoek ik aan de bovenkant van de achterbank naar de juiste knop. Ik vind de knop en met gepast geweld ruk ik de achterbank naar voren. Via het zijraam kijk ik of de mannen mijn richting opkomen, ze spreiden zich uit over de hele verdieping dus ik moet snel zijn. Ik gooi mijn tas achterin en kruip in de achterbak. Voorzichtig klap ik de achterbank terug op zijn plek. Wat is dat ding zwaar! Ik moet moeite doen niet heel snel te ademen, ik vind dit doodeng. Stilletjes graai ik in mijn tas op zoek naar mijn telefoon. Het zal toch wat zijn dat ik nu word gebeld! Ik zet mijn telefoon op stil en het beeldscherm minder fel. Word ik nu al paranoïde? Was ik maar gelovig, dan had ik nu kunnen bidden. In plaats daarvan zoek ik mijn heil in Google. Wat is hier in godsnaam aan de hand?